Praktische wijsheid en deugdelijk denken

Onlangs ontving ik een bijzonder geschenk. Niet enkel het geschenk zelf, maar ook de begeleidende, in koper gegraveerde, tekst trof mij: "De waardevolheid schuilt niet in het pasklaar antwoord, maar wel in het gesprek en de deugdelijke denkhouding". Met deze gedachte herinnerde M. mij aan de talrijke gesprekken die wij in het verleden hadden.

Onwillekeurig moest ik terugdenken aan wat Aristoteles (1) schrijft over praktische redeneren en handelen (phronèsis): de vaardigheid om naar behoren te delibereren over de dingen die bijdragen tot een goed leven en er vervolgen naar handelen (praxis). Nadenken over wat kan bijdragen tot een goed leven behoort, althans volgens Aristoteles, tot het domein van de praktische wijsheid. Het domein waar, in tegenstelling tot wetenschappelijke kennis (épisteme), vragen over het persoonlijk leven aan de orde zijn. 

Wat vind ik belangrijk in mijn leven: vriendschap, liefde, maatschappelijke erkenning en/of familiale verbondheid? Wat zijn de waarden die mijn leven richting geven? Wat is de zin van mijn verdriet, mijn pijn, mijn ziekte? Wat moet ik met verliefdheid? Wat geeft mijn leven betekenis? Wat draagt bij tot een gelukkig leven? Wat doet de eindigheid van het leven met mij? Vragen en thema's die traditioneel besproken worden in de theologie, filosofie en psychotherapie als 'genezing van de ziel'.

Daar waar de theologie levensvragen tracht te begrijpen tegen de achtergrond van het goddelijke, is de hedendaagse psychotherapie primair curatief en veronderstelt ze een disfunctionele achtergrond. Echter, niet iedereen die zich vragen stelt over hoe zijn/haar leven te leiden heeft nood aan therapie of behandeling. Denk maar aan de psychiater die zijn publiek levenslessen aanbiedt en klaar staat met een troostend woord en heilzame filosofische beschouwingen. Anders is het gesteld met de filosoof, hij beperkt zijn hulp tot een soort verloskundige hulp gericht op het het verhelderen van gedachten en opvattingen over levensvragen. Hierin execelleren veronderstelt althans volgens Aristoteles (2), dat het denken, zich richt op wat goed is en hoe je met de juiste middelen een goed leven kan leiden. Wellicht schuilt hierin, meer dan in het pasklaar antwoord, de waardevolheid van het gesprek en de deugdelijkheid van het denken. Dank je wel M.!


Voetnoten

(1) Aristotle, 1996, The Nicomachean Ethics, translated by H. Rackham, Wordsworth Editions, Herfordshire.

(2) Aristotle, 1996, Ibid, book six, iX

Reacties

Populaire posts van deze blog

Moedig Zwijgen: een therapeutische evenwichtsoefening?

Verwondering, eros en empathie