Poëzie en onrecht. Over de aantrekkelijkheid van het schone
In een recent interview in de Standaard citeert Pascal Smet, de dichter en schrijver Cees Buddingh: "Inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraken zonder uitzicht".(1) Een kernachtig geformuleerde stijlfiguur (Gnome) die ongetwijfeld op instemming kan rekenen. Immers, een oplossing voor een probleem vind je zelden zonder inzicht in het probleem. Maar geldt dit ook voor situaties waarin burgers inspraak verleend wordt? Geldt dit ook voor situaties waarin burgers betrokken worden bij het voorbereiden, vormen of uitvoeren van beleid? Is het inderdaad verstandig inspraak te beperken tot de mensen die "inzicht" in de materie hebben? Is het waar dat inspraak zonder inzicht leidt tot uitzichtloze situaties?
Het citaat bouwt verder op een scherpe tegenstelling tussen weten en niet-weten; tussen mensen met kennis en mensen die niet over kennis beschikken; tussen mensen met of zonder intellectuele vaardigheden. Het citaat stelt dat de onwetende geen zinvolle bijdrage kan leveren aan het besluitvormingsproces. Hij/zij moet zich eerst de noodzakelijke kennis en/of vaardigheden eigen maken. De burger moet geïnformeerd en geïnstrueerd worden alvorens hij een bijdrage kan leveren. Beleidsmakers hebben wellicht andere redenen om de burger te betrekken bij beleid. Ze verwachten geen inhoudelijke bijdrage maar spreken over het vergroten van het draagvlak. Het luisteren naar de burger is een "pro forma luisteren". Beleidsmakers hebben het over democratie en draagvlak vergroten; burgers over "zich niet gehoord voelen".
Een specifieke vorm van onrecht, epistemisch onrecht 2, lijkt hier toepasselijk. Een vorm van onrecht dat iemand, in casu de burger, wordt aangedaan door zijn/haar bezit van kennis niet te erkennen. Vanuit dit perspectief wordt het citaat een bedenkelijke uitspraak in de mond van een gewaardeerd politicus. Realiseert hij zich dat de mooi geformuleerde stijlfiguur uitdrukking is van een gigantische onrechtvaardigheid en onderschatting van de kennis en vaardigheden van de burger? Ik vermoed dat de politicus gegrepen werd door de gevatheid en pöetische schoonheid van het citaat en zich onvoldoende realiseert welk onrecht erachter schuil gaat.
Dat zinnen zoals bovenstaande citaat gemakkelijk op instemming kunnen rekenen heeft wellicht te maken met wat bekend staat als het "verwerkingsgemak".3 Het gemak waarmee wij informatie verwerken (cognitive fluency) beïnvloed de mate waarin wij informatie waarderen. Uit onderzoek blijkt dat wij geneigd zijn stijlfiguren als waar aan te nemen.4 Een inzicht waar in de reclamewereld gretig gebruik van wordt gemaakt en dat inmiddels ook doordrong tot de wereld van politici die draagvlak vergroten verkiezen boven waarheidsvinding.
Maar wat te denken van Keat's troostende wijsheid: "Beauty is truth, truth beauty, -that is all ye know on earth, and all ye need to know"?5
Hasselt, eind juli 2023
Noten
1 Pascal Smet, interveiw in de Standaard van 15 juli 2023
2 Cees Buddingh, Een mooie tijd om later te worden, Amsterdam, De Bezige Bij, 1978
3 Mirande Fricker, Epistemic Injustice: Power and the Ethics of Knowing, Oxford University Press 2007. Geciteerd in: Rachel Avic, Vreemden voor onszelf, Amsterdam, Atlas contact 2023
4 Reber et. al.,2004, Processing Fluency and Aesthetic Pleasure. Is Beauty in the Perceiver's Processing Experience. In: Personality and Social Psychology Review 8(4), 364-382, February 2004
5 Kara-Yakoubian et.al.,2022, Beauty and truth, truth and beauty: chiastic structure increases the subjective accuracy of statements. In:Canadian Journal of Experimental Psychology, 76(2),144-156
6 John Keats, Ode on a Grecian Urn, 1820

Reacties
Een reactie posten